Skip to content

Over culturele hegemonie. De muren van Jericho.

6 februari 2010
by

Brecht Arnaert

Stel u voor. U zit op de trein naar Zwitserland. In een gezellige maar rustige coupé vol mensen leest u een boek als plots de trein een tunnel binnenrijdt. Geen nood, de lichten floepen aan en u kunt verder lezen. Maar dan gebeurt het onvermijdelijke: door een obstakel in de tunnel ontspoort de trein. Onder wordt boven, mensen worden door elkaar geschud en uw boek vliegt door de lucht. U bent het kwijt. Het is even stil van de schok, maar al gauw beginnen enkele gewonden te kermen. Paniek alom als ook nog brand uitbreekt en temeer wanneer men beseft midden in een tunnel gevangen te zitten.

Het klinkt als een script van een thriller, maar dit voorbeeld kan ons heel wat leren over de sociologische processen die zich voordoen in een gemeenschap. Door het ongeval zijn een willekeurige groep mensen namelijk plots noodgedwongen met elkaar verbonden geraakt. Vóór het ongeval hadden zij enkel het reizen in dezelfde coupé met elkaar gemeen, maar nu moeten ze samenleven tot meer hulp komt. Die samenleving, hoe klein ook, moet meteen tal van vragen beantwoorden. Wie zal de brand blussen en hoe? Wat kan gedaan worden voor de gewonden?

Die vragen zijn zo evident dat ze geen coördinatie behoeven. Het vuur wordt door de een bestreden met het ledigen van een fles water, een ander slaat het vuur dood met zijn jas, nog een ander verwijdert verder brandbaar materiaal. De gewonden worden zo goed als mogelijk op een effen oppervlak gelegd, gulpende wonden worden afgesnoerd. Dat zijn eenvoudige ingrepen, die door hun acuut karakter snel aangepakt kunnen worden.

Maar na verloop van uren al, rijzen meer complexe problemen. Hoeveel voedsel is aanwezig? Hoe wordt dit gerantsoeneerd? Welke communicatiemiddelen zijn er? Wie communiceert er met de buitenwereld? Is er genoeg water? Wordt dat voorbehouden voor de sterksten of voor de gewonden? En wat na een etmaal, als mensen hun gevoeg moeten beginnen doen? In welk deel van de coupé wordt dit georganiseerd? In welk deel wordt geslapen? De vraag in de tunnel wordt na verloop van tijd dan ook pertinent: wie zal de leiding nemen?

De naïevelingen onder ons zullen beweren dat men dat allemaal in collectiviteit regelt. Niets van. Vooral wanneer conflicten ontstaan, zal een sterk leiderschap nodig zijn. Wat bijvoorbeeld als blijkt dat iemand een hele fles water voor zichzelf leeggedronken heeft? Hoe zal de groep dat individu sanctioneren? Hoe vermijd je dat een straf te zwaar wordt voor het individu, terwijl je tegelijkertijd recht doet aan het rechtvaardigheidsgevoel van de groep? De tijd samen in de tunnel kan nog een dag zijn, maar ook nog een paar dagen, of een week.

Dit voorbeeld leert ten eerste dat in gelijk welke willekeurige samenleving van mensen na verloop van tijd een behoefte wordt gevoeld aan recht en orde. Ten tweede dat er in een mum van tijd een sociologische stratificatie optreedt, die die orde bewaakt. Wanneer ook een verandering van die orde als noodzakelijk aangevoeld wordt, stelt zich pas in derde instantie het vraagstuk van de democratie: hoe gaan we tot die verandering beslissen, en met welke legitimiteit? Beslist de leider alleen? Of gebeurt dat in groep?

Wat er ook van zij, elites zijn inherent aan samenlevingen. Men kan er tegen zijn, maar dat is men vaak enkel omdat men een andere elite aan het hoofd wil zien staan, niet omdat men het concept elite in wezen betwist. In de sociologie wordt dit zelfs beschreven als de ijzeren wet van Michels: in elke groep treedt na verloop van tijd een oligarchisering op. Dat is niet goed of slecht, het is een feit. Het punt is echter in welke mate die elite die aan het hoofd komt gelegitimeerd is door de gemeenschap. En daar wringt het schoentje in België. Hier worden elites niet gelegitimeerd door de eigen gemeenschap, maar door een regime die die gemeenschap net wil onderdrukken, negeren.

Daartoe worden subtiele middelen gebruikt, die Gramsci zou omschrijven als “cultureel hegemonische operaties“. Eén van de instrumenten daartoe is de Koning Boudewijn Stichting. Deze organisatie is niet zomaar een stichting, maar ook een sociale institutie. Ze beheert talrijke fondsen van erflaters die hun naam willen vereeuwigd zien, bedrijven die hun imago willen oppoetsen of milde weldoeners die aan liefdadigheid willen doen. Zo is er bijvoorbeeld de Prijs Van Wonterghem-De Brabandere. Die “bekroont” jaarlijks een persoon die zich in Groot-Ieper verdienstelijk maakt op het vlak van solidariteit, leefmilieu, welzijnszorg, burgerzin. De prijs bedraagt 12.500 euro financiële steun en word jaarlijks toegekend.

Het begrip culturele hegemonie werd, voor zover mijn kennis strekt, vooral door Gramsci uitgewerkt. In zijn “Quaderni del Carcere” of “Gevangenisgeschriften” (1927-1937) beschreef hij hoe een politieke structuur niet enkel gebaseerd is op economische verhoudingen, zoals Marx steeds poneerde, maar daarnaast ook op culturele verhoudingen. De economische analyse van Marx is onmiskenbaar juist, het communistische antwoord op die analyse is ontoereikend. Het is namelijk niet zo dat met het gelijktrekken van de economische positie van mensen, ook hun politieke positie gelijk zal worden. Dat is ook uit de geschiedenis gebleken.

De opvattingen van het proletariaat in Moskou waren niet noodzakelijk een exacte kopie van die in Italië. Een stoute geest zou kunnen stellen dat elke natie zijn eigen communisme beleefde en dat elk proletariaat zijn eigen “couleur locale” had. Marx had ook niet geschreven “Proletariërs van heel de wereld, verenig u“, maar wel degelijk “Proletariërs aller landen“. De notie “natie” zit er dus al van bij het begin in. Dat het proletariaat internationaal moest samenwerken, impliceerde dus nog niet dat zij zouden moeten samensmelten tot een staatloze massa die enkel nog een klasse-identiteit heeft.

Met betrekking tot de Belgische situatie mogen we de KBS gerust als een Gramsciaans hegemonisch instituut beschouwen. Eind 2007 had deze stichting 0,3 miljard euro als balanstotaal, maar dat is in niets te vergelijken met wat boekhouders omschrijven als “goodwill” (of in West-Vlaanderen: zullegeld) bij de bevolking: daar is het krediet van de KBS enorm hoog. KBS wordt voornamelijk gezien als leverancier van hulpmiddelen voor sociale projecten. Men beschouwt deze instelling als een apolitieke institutie die wel doet en niet omziet. Mensen bewust maken van de cultureel hegemonische werking ervan is vrijwel onmogelijk. Wie kan er immers tegen zijn dat verdienstelijke lieden gehuldigd worden?

En toch is liefdadigheid in wezen niet de core business van de KBS, maar wel het recupereren van de natuurlijke elitevorming, die zich in elke gemeenschap voordoet. Die recuperatie is fijnzinnig en haast ongrijpbaar. Die geschiedt namelijk niet wanneer men ze denkt te zien gebeuren. Maar al te vaak richt men vanuit de Vlaamse Beweging zijn pijlen op het verkeerde doel. De laureaat die voor zijn verdiensten een prijs in ontvangst neemt krijgt kritiek, terwijl die van nul en generlei belang is “in the act of recuperation“: het is de setting die het hem doet.

Voor elk fonds namelijk (en er zijn er zo tientallen) wordt een begeleidingscomité samengesteld. Daarin zetelen tal van personen die we nog het best als een subelite kunnen omschrijven. Het zijn nooit de toppers die in dergelijke comités vertegenwoordigd zijn, want die zijn al gesocialiseerd in de Belgische praxis. Het zijn eerder mensen met bepaalde verdiensten, die in een volgende Vlaamse generatie leiderschapstalent zou kunnen opmerken en op een hoger niveau tillen door eigen ervaring. Maar voor ze daartoe de kans krijgen, worden ze zelf gesocialiseerd in de Belgisch elitaire consensus.Verder zijn er nog “provinciale steunraden”. Jaarlijks organiseren deze raden gala-avonden waarop topverantwoordelijken uit het economisch, sociaal en politiek leven aanwezig zijn. Voor de muzikale omlijsting zorgt talent uit de streek. De opbrengst van zo’n gala-avond komt ten goede aan de KBS, maar dat is bijzaak. Belangrijker is de setting waarin alles gebeurt, het socialiserende aspect van al die evenementen. Dergelijke steunraden vind je trouwens ook enkel in Vlaanderen …

De Vlaamse Beweging heeft daar geen antwoord op. De verklaring daarvoor ligt bij de complexe psycho-sociale structuur van onze natie, die nog steeds met een diepgeworteld minderwaardigheids-complex kampt. Dat complex wordt zorgvuldig in stand gehouden door mechanismen van culpabilisering, gevolgd door orthopedagogische processen. De kunst is om de tegenstander (de Vlaamse gemeenschap, strevend naar soevereiniteit) zich eerst schuldig te laten voelen (over collaboratie, racisme, taalonverdraagzaamheid) en vervolgens de “schuldigen” grootmoedig de hand toe te reiken via een kans op elitaire waardering.

De miskende Vlaming, door dat complex bovengemiddeld gevoelig voor eer, is dan een gemakkelijke prooi. Men krijgt een uitnodiging om te zetelen in een jury van de KBS, is te gast op belangrijke recepties, krijgt in sommige gevallen briefpapier met KBS-insigne. Het arsenaal aan middelen is uitgebreid. De KBS is de leverancier van de adelstand voor de kleine man. Het beloont de évolués en negeert de weerspannigen. Wie van zichzelf kan zeggen dat hij betrokken is bij de KBS geniet een groot aanzien.

De vraag rijst stilaan hoe we hier met de Vlaamse Beweging een antwoord op moeten formuleren. Immers, gesteld dat de spreekwoordelijke Vlaamsgezinde tegelfabrikant na een leven van arbeid zijn legaat zou willen schenken aan de Vlaamse zaak, waar moet ie dan heen? Concrete projecten zijn er genoeg, maar er is geen hegemonisch apparaat dat de concurrentie met de KBS aankan. Wie aan liefdadigheid wil doen in de vorm van een beheerd fonds, móet zich wel wenden tot de KBS. En dat is desastreus voor de socialisering van onze eigen elite.

De grootste valkuil tenslotte bij het oprichten van zo’n instituut is een te opvallende promotie van de Vlaamse identiteit. Omdat we onze eigen identiteit nog altijd minderwaardig achten, willen we er namelijk maar al te graag zoveel mogelijk bevestiging van krijgen. Dit in tegenstelling tot de KBS, die intrinsiek belgicistisch is, maar dit nooit expliciet laat blijken. De kans bij een dergelijk Vlaams initiatief is dus groot dat we er niet toe in staat zijn liefdadigheid centraal te stellen, en het al snel uitdraait op vlaggengezwaai en leeuwengezang. Terwijl net de subtiliteit van een dergelijk hegemonisch apparaat van belang is voor socialisering van onze eigen elite. De bijbel (Jozua 6:1-21) leert het ons al: cirkel rond de muren van Jericho, ga er niet rechtstreeks op af.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: