Skip to content

Nood aan een degelijk taalbeleid

8 oktober 2010
by

Julien Borremans

Het voorstel van de Minister van Onderwijs Pascal Smet – om Engels als tweede taal te lanceren – heeft de gemoederen fel verhit. Onterecht. Zijn argumenten snijden wel hout. De laatste decennia was het taalonderwijs in Vlaanderen al te fel gefocust op het Frans, terwijl er ook historische banden zijn met o.a. de Angelsaksische wereld, Nederland (nogal wiedes), maar ook – en ik durf het haast niet te schrijven wegens uitdrijving – met de Duitstalige wereld. Het economische overwicht en de uitstraling van deze landen is van een veel grotere orde dan het economisch belang van de armlastige francofone wereld. Nu het federaal bestel uiteenvalt en Vlaanderen het historisch contract met België opzegt, kan ook het taalonderwijsbeleid grondig worden geheroriënteerd en uiteraard geprofessionaliseerd.

Iedereen weet dat het taalonderwijsbeleid – om het zachtjes uit te drukken – niet tot het gewenste resultaat leidt. Jongeren die het secundair onderwijs verlaten, beheersen vreemde talen onvoldoende en missen daardoor kansen op de arbeidsmarkt. Heel wat jongeren beschikken over onvoldoende kwalificaties om op de internationaliserende arbeidsmarkt mee te spelen. Gevolg is dat onze arbeidsmarkt sterk internationaliseert en dat vlotte boys en girls de jobs in en rond Antwerpen en Brussel zullen inpikken.

De essentie is dus: hoe kunnen we het onderwijs zodanig organiseren zodat leerlingen bij het verlaten van de school beter hun vreemde talen beheersen dan nu het geval is? Uit diverse onderzoeken blijkt immers dat de kennis van vreemde talen fel achteruitgaat.

Om dit te verhelpen wordt meestal naar projecten verwezen binnen het Brussels en Waals onderwijs. In Vlaanderen komen meer en meer stemmen op om – net als in Brussel en Wallonië –immersie-onderwijs te organiseren. Tevergeefs. Vlaanderen vreest daardoor de verfransing in de hand te werken en gaat de discussie uit de weg. De harde strijd voor de erkenning van de Nederlandse taal in België is immers nog zo lang niet beslecht. De Taalwetten laten dat trouwens niet toe. Het organiseren van onderwijs in het Frans, Engels of het Duits is momenteel onmogelijk. De vraag is dan ook of de taalwetten ons niet overbeschermen.

Zelf was ik een tijdlang werkzaam in het Waals onderwijs. Het immersie-onderwijs komt daar stilaan tot wasdom. Vooral scholen langsheen de taalgrens organiseren een traject immersie-onderwijs in zowel het basis- als het secundair onderwijs. Meer en meer mensen zien in dat de kennis van de Nederlandse taal heel wat professionele kansen biedt.  

Een deel van de vakken in het immersie-onderwijs wordt in het Nederlands of het Engels gegeven. Stilaan beseft men dat het een stuk beter is om leerlingen vanaf het eerste leerjaar basisonderwijs immersie te laten volgen. Het is goed om zo vroeg mogelijk een vreemde taal aan te leren. Een vervolgtraject wordt vervolgens in het secundair aangeboden.

Toch zijn er enkele schaduwkanten aan dit lovenswaardig project. Van de leerlingen wordt verwacht dat zij het volledig curriculum in het Nederlands verwerven. Dit is uiteraard niet evident. Immersie-onderwijs is daarom veelal weggelegd voor leerlingen die goed studeren, thuis tweetalig zijn of prima worden ondersteund. Immersie-onderwijs is dus elitair en verdiept nog meer de kloof met sociaal zwakkeren of leerlingen die meer leerzorg nodig hebben. Op de school  waar ik les gaf – een BSO,TSO, ASO-school van meer dan 2.000 leerlingen – leidt dit tot een select clubje van een jonge intellectuele elite, waar steevast wordt mee uitgepakt.

Daarnaast zijn er een aantal pedagogische mankementen. Niet tegenstaande ze goed begaafd zijn, vragen deze leerlingen  veel meer leerzorg, ondersteuning en begeleiding om dezelfde leerstof in een andere taal te leren. Een stuk leerstof moet dan ook grondig worden vereenvoudigd om het voor anderstalige leerlingen toegankelijk te maken. Dit leidt uiteraard tot kwaliteitsverlies. Belangrijke nuances gaan daardoor verloren. In Wallonië beseft men dit en tracht men daar een antwoord op te vinden.

Ook het Brussels Nederlandstalig onderwijs – waar ik nu actief ben – staat voor grote uitdagingen. De aanwas van nieuwe leerlingen is vooral te danken aan de allochtone demografische druk in de hoofdstad en de recente regularisatiegolf. Bij heel wat anderstaligen groeit het besef dat het Vlaams onderwijs kwalitatief beter is en dat de kennis van het Nederlands voor een flinke verhoging van de kans op tewerkstelling zorgt. Terecht. Maar de grote instroom van anderstalige leerlingen kampt uiteraard met een grote achterstand.

In de school waar ik les geef, zijn er 95% allochtonen. Tien jaar geleden was dat amper 10%. De schoolse achterstand van deze jongeren is enorm. Ik geef les in de tweede en derde graad ASO. De gemiddelde schoolse achterstand bedraagt 2 jaar. Ook op het vlak van de talenkennis is de achterstand enorm. Deze jongeren spreken geen enkele taal naar behoren. Thuis spreken ze een andere taal dan op straat – meestal Frans – en op school – Nederlands.  Het taalverwervingniveau van een achttienjarige allochtoon in het BSO – 80% van de allochtonen zit in het BSO – staat ongeveer gelijk met die van een twaalfjarige in Vlaanderen.  Tel daarbij de achtergrondcriteria – zwakke sociaaleconomische situatie, anderstalige ouders… – en het plaatje is compleet.

Maar er is niet alleen een ernstige taalbarrière. Doorgaans begrijpen de ouders niet ten volle hoe een school in elkaar zit en zien door het bos de bomen niet. De schoolcultuur staat haaks op de meestal ongeletterde thuiscultuur. Ze weten amper hoe een schoolagenda in elkaar zit, laat staan dat ze te volle begrijpen wat erin staat. Essentiële informatie gaat aan hen voorbij. Dat maakt het bijzonder moeilijk om snel en vlot te functioneren in de prestatieomgeving van het onderwijs.

Door de felle instroom van anderstaligen wordt het draagvlak van heel wat scholen overschreden. Om kwaliteitsvol onderwijs te kunnen bieden, moet er – volgens Pascal Smet –  een minimum aantal Nederlandstalige leerlingen aanwezig zijn, minstens 1/3. Een gedeelte van de scholen haalt die norm absoluut niet, waardoor een groot deel van de leerlingen met een ernstige taalachterstand en educatieve kansarmoede worstelt. De gevolgen zijn voorspelbaar: het niveau van de school daalt en leerlingen raken sterk achterop.

Ik ben zowel in het Vlaams als het Waals onderwijs actief geweest. Momenteel werk in een Brusselse school. Het valt met op dat een goede, doordachte visie op taalonderwijs ontbreekt. Dit heeft vooral te maken dat de complexe maatschappelijke context waarin scholen actief zijn. De aanpak van deze problemen overstijgt hun mogelijkheden. Scholen worstelen met grote maatschappelijke problemen waar onze politici geen antwoord op hebben. Gezien de groeiende internationalisering is taalverwerving belangrijk. Zelfs al wordt Vlaanderen morgen onafhankelijk, de internationale context zal niet verdwijnen. Een goed doordachte, beleidsmatige aanpak over het aanleren van vreemde talen dringt zich zowel in Vlaanderen, Wallonië als Brussel op. Laat daar maar eens een discussie over ontbranden.

Julien Borremans is actief in het Brussels onderwijs.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: